Een kleine uitleg over de verheul methode
Souplesse intervals
De basistraining bestaat uit het verwerken van soepel te lopen intervals van 15×200, 10×400 of 6×1000 meter. De snelheid ligt daarbij in het overgrote deel van de trainingen aan de onderzijde van de anaxebrobe drempel (er wordt dus weinig met verzuring getraind), zodat de looptechniek zich kan verbeteren (die wordt er bij duurlopen niet beter op) terwijl de belasting goed kan worden verwerkt (hetgeen bij te zeer verzurende trainingen vaak niet goed mogelijk is). Naast deze basistraining wordt individueel bekeken welke andere elementen toegevoegd moeten worden, bijvoorbeeld specifieke scholing van de looptechniek, sprintwerk, etc.
Gymnastiek
Lopen is meer dan een bezigheid die een goede conditie vereist. De loop-beweging is zeer specifiek (landing is zeer spierbelastend; en de zweeffase vereist weer optimale ontspanning) en dient dus ook specifiek te worden getraind. Het lopen wordt gedaan door de benen, maar de loopbeweging mag niet verstoord worden door zwakte in de romp. Een slappe romp verpest de effectiviteit van de loopbeweging en vergroot bovendien de blessurekans. Daarom wordt in de benadering van de Verheulmethode veel aandacht besteed aan gerichte spierversterkende oefeningen die precies "passen" op hetgeen het loperslichaam nodig heeft. Veel van deze gymnastiekoefeningen zijn ongebruikelijk voor nieuwkomers. Neem daarom de tijd aan deze gymnastiek te wennen. Kernwoorden: werken met je eigen gewicht en keten-spierbelasting (= niet spiergroepje apart per stuk trainen, maar in combinatie en in samenhang met elkaar; in een bewegingsvorm meerdere groepen gedoseerd belasten)
Fartlektraining
Een keer per week wordt er op zaterdag een fartlektraining (= Zweeds voor "vaartspel"). In deze training komen afwisselend tempox92s tussen 10 sec. en 7 minuten, grondgymnastiek, sprintwerk, heuvellopen en sprongoefeningen voor. Behalve dat dit soms een intensieve training is, is deze training "lekker" om te doen.
Wedstrijdplanning
Een heel belangrijke trainingsprikkel is de wedstrijd zelf. Een goede wedstrijdplanning, met haast wekelijks een wedstrijd is dan ook in onze visie elementair. De verzuring die je in de training weinig tegenkomt, wordt in de wedstrijd dus heel specifiek getraind. De wedstrijden worden zoveel mogelijk, nauwkeurig gepland en gevarieerd over bijna alle afstanden gelopen (van 100m tot de marathon). In de zomer ligt de nadruk op baanwedstrijden, in de winter op crossen. Daarnaast worden ook wegwedstrijden gelopen. Het goed op elkaar afstemmen van die wedstrijden is een belangrijk onderdeel van je training!